Wat leer je?
Als geneeskundestudent leer je hoe het menselijk lichaam werkt, hoe je ziekten kunt voorkomen, hoe ziekten ontstaan en wat eventuele oorzaken zijn van klachten waarmee iemand zich bij de dokter meldt.Â
Het doel van de opleiding is dat je uiteindelijk samen met vele anderen een bijdrage kunt leveren aan de behandeling en begeleiding van patiënten en groepen personen. Deze behandeling en begeleiding sluiten aan bij de behoefte van de patiënt of groep personen.Â
Om dit te kunnen doe je niet alleen medische kennis op. Je leert ook deze kennis te combineren met vaardigheden. Bijvoorbeeld:Â
- communiceren met patiënten en naasten;Â
- klinisch redeneren (systematisch nadenken over oorzaken van en oplossingen voor gezondheidsproblemen);Â
- samenwerken in teams;Â
- reflecteren op professioneel handelen;Â
- omgaan met ethische dilemma’s en verantwoordelijkheden.Â
Welke stappen kun je zetten na de opleiding?
Na de opleiding geneeskunde kun je veel vervolgopleidingen doen. Het diploma is het vertrekpunt voor de weg naar veel verschillende functies, zowel buiten als binnen het ziekenhuis. Als basisarts kun je je bijvoorbeeld ontwikkelen tot huisarts, arts Maatschappij + Gezondheid, verzekeringsarts, bedrijfsarts, Spoedeisende Hulp-arts of medisch specialist.Â
Waarom dit portaal?
De acht faculteiten Geneeskunde hebben gezamenlijk dit portaal gemaakt. Je krijgt er als scholier op één plek een betrouwbaar en overzichtelijk beeld van:Â
- de studie geneeskunde en het beroep van arts;Â
- de verschillen tussen de opleidingen, zodat je kunt verkennen wat het best bij jou past;Â
- de toelating en selectie.Â
Op dit portaal kun je:
- een algemene e-learning (opent in nieuw tabblad) doorlopen over wat het vak van arts inhoudt;Â
- per faculteit lezen wat de opleiding kenmerkt en hoe de bijbehorende selectieprocedure eruitziet.Â
Hoe ziet de opleiding eruit?
De opleiding geneeskunde bestaat uit een bachelor-fase en een master-fase. Elke fase duurt drie jaar. Â
In de bachelor-fase leg je de basis. Je krijgt onderwijs over onder andere:Â
- anatomie en fysiologie (het lichaam en hoe het werkt);Â
- voorkomen van ziektes;Â
- ziekteprocessen en -behandeling;Â
- wetenschappelijke methoden en onderzoeksvaardigheden;Â
- professionele ontwikkeling en communicatie.Â
Tijdens de master-fase leer je vooral in de praktijk. Je loopt coschappen: een vorm van werkplekleren binnen en buiten het ziekenhuis. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij interne geneeskunde, chirurgie, huisartsgeneeskunde, psychiatrie of sociale geneeskunde. Artsen begeleiden je en je leert ook van andere zorgprofessionals.Â
In de master-fase draai je niet alleen mee in de praktijk, maar volg je ook weer onderwijs.Â
In zowel de bachelor- als de master-fase krijg je op verschillende manieren onderwijs. Je volgt colleges en leert in werkgroepen. Verder is er:
- zelfstudie, deels via e-learnings;Â
- praktijkonderwijs en vaardigheidstraining;Â
- samenwerking met medestudenten;Â
- contact met simulatiepatiënten en echte patiënten.Â
Past geneeskunde bij jou?
Geneeskunde vraagt inzet en doorzettingsvermogen. Het is een voltijdsstudie met een hoog tempo, veel leerstof en grote verantwoordelijkheid. Je leert in een context die er maatschappelijk toe doet. Het helpt als je nieuwgierig bent naar mensen en gezondheid. En als je jezelf herkent in eigenschappen zoals:Â
- oprechte interesse in andere mensen en hun beweegredenen;Â
- interesse in het menselijk lichaam en de menselijke geest;Â
- motivatie om hard te werken en te blijven leren;Â
- zorgvuldig kunnen omgaan met informatie;Â
- betrokkenheid en empathie;Â
- willen samenwerken en communiceren;Â
- kunnen reflecteren op jezelf en je keuzes.Â
Iedereen ontdekt zijn of haar eigen route. De ene student voelt zich vooral thuis in directe patiëntenzorg, de andere juist in wetenschappelijk onderzoek, technologie of gezondheidsprogramma’s voor de algehele bevolking (publieke gezondheid). Geneeskunde biedt veel mogelijkheden.Â
Toelating en selectie: hoe werkt het?
Niet iedere kandidaat kan beginnen aan de geneeskundestudie. Het is een numerus fixus-opleiding, wat betekent dat er jaarlijks een maximumaantal studenten kan starten. Opleidingen hebben een selectieprocedure, bedoeld om te bepalen welke kandidaten het best aansluiten bij de opleiding en op die manier zorgvuldig om te gaan met het beperkte aantal plekken. Â
Alle faculteiten leiden op tot basisarts en willen dat gediplomeerde studenten dezelfde eindkwalificaties hebben. Wel zijn er verschillen tussen faculteiten. Dat zie je ook terug in hun selectieprocedures; die kunnen afwijken van elkaar. Er zijn tussen faculteiten verschillen in:
- onderwijsopzet (bijvoorbeeld probleemgestuurd leren of thematisch onderwijs);Â
- wanneer en hoe vaak studenten kunnen meedraaien in de praktijk of praktijkonderwijs krijgen;Â
- profilering en accenten (bijvoorbeeld onderzoek, innovatie, preventie of publieke gezondheid);Â
- regionale context en netwerk van ziekenhuizen.Â
De faculteiten opereren binnen de landelijke kaders, maar hebben daarin hun eigen onderwijsvisie en opleidingscontext. Op basis daarvan kan iedere faculteit op haar eigen manier bepalen welke kandidaten goed aansluiten bij haar opleiding. Daarnaast sluiten selectieprocedures vaak aan bij het bredere profiel, beleid en de onderwijsvisie van de universiteit waarbij de faculteit hoort.Â
Veel faculteiten werken met een combinatie van een inspanningsverplichting en (gewogen) loting. Dat betekent dat je als kandidaat eerst actief deelneemt aan onderdelen van de selectie, zoals opdrachten, toetsen of andere activiteiten. Daarna verloopt de toewijzing van plaatsen (deels) via een loting. Niet alle faculteiten gebruiken deze combinatie. Er zijn ook opleidingen die volledig met loting werken, of juist uitsluitend met een procedure gebaseerd op inzet en competenties. De precieze opzet en weging verschillen per faculteit. Â
Â
